Wat poppetjes doen...


22 mei 2020


Wat poppetjes doen...

‘Ik zie dat je je poppetje (jezelf), in de ruimte tussen je vader en moeder zet..’
Hij knikt, kijkt van zijn vader naar zijn moeder. Dan naar het poppetje op tafel.
‘Is het oke voor jou om daar te zijn?’
Hij schudt zijn hoofd, verlegen, kijkt naar beneden. ‘Nee’ klinkt het.
Zijn vader en moeder kijken hem aan.
Vader begint wat te lachen.

Binnen drie minuten in deze Ugandese familie in Serere staat het probleem zichtbaar op tafel.
Ongemakkelijk en vragend kijken ze me aan… Ik zeg even niets en laat de stilte er zijn.

De moeder heeft om mij gevraagd omdat het niet goed gaat in de familie. Ik had gehoord dat vader eerst niet wilde, toen toestemde en zich later weer terugtrok. Het is bijzonder dat, na onze aankomst op de compound van deze familie, aankomt fietsen. Eerst even badderen en omkleden voordat hij bij ons komt zitten op de houten klapstoeltjes die hij maakt.

‘Kun je je voorstellen dat jullie zoon zich niet prettig voelt hier?’ vraag ik terwijl ik naar de poppetjes op het tafeltje wijs.
‘Hoe zou je willen dat het eruit ziet?’
En dan zie ik wat ieder couple wil: samen zijn, dicht bij elkaar.

Voordat ik het weet, komen er veel onuitgesproken verwachtingen op tafel, pijnlijke ervaringen, onvrede, invloed van (schoon)familie.
Deze man en vrouw zijn elkaar helemaal kwijt terwijl ze samen willen zijn.

Ik geef ze een gesprekspunt, sta op, wenk mijn vertaler Simon en collega Abel om me te volgen. Iedereen kijkt me aan: ‘Kom Simon en Abel, we gaan daarheen en ik wijs naar een schaduwrijke plek een stukje verderop. Het couple kijkt me aan: ’Ja, jullie mogen met elkaar praten en wij hoeven niet te horen wat jullie zeggen.’ Ik zie dat ze zich ongemakkelijk voelen. Ik knik ze toe. (Wat is het toch lastig om een taalbarrière te hebben.)
Ze beginnen met elkaar te praten en ook naar elkaar te luisteren.

Na ruim 3 uur verlaten we deze familie. Het was een intensieve ontmoeting. Terwijl we naar ‘huis’ lopen, horen we snelle voetstappen achter ons. De man, met een kip in zijn armen. ‘Dank, dank jullie wel!’
Ik kijk hem in zijn ogen en zie diepe dankbaarheid.
Al de andere dagen die we nog in Serere doorbrengen, komen we hem tegen. Als hij bij iemand klapstoeltjes maakt, als hij naar huis fietst. Elke keer een brede glimlach en zwaaien. Als Abel en ik na vijf dagen Serere achter ons laten, vraag ik me af of het wel allemaal land bij de mensen en of ze verder kunnen.
Pas over vier weken komen we terug. (eh, door de corona lockdown is het al meer dan 10 weken geleden en het gaat nog wel even duren…).
Via Simon, de vertaler, hoor ik dat de vrouw bij Simon gekomen is. Opnieuw om te bedanken. ‘Wie zijn deze mensen? Van welke kerk komen ze?’
Wij zijn gepassioneerd over families. Daar willen we in investeren. We volgen de principes van God die we in de Bijbel lezen. Van welke kerk we zijn…dat laten we voor nu in het midden.
Ik kijk er naar uit om jullie na de lockdown weer te ontmoeten!